Friday, March 31, 2006

 

Štěpána's erfenis

Mijn vriendin Štěpána vertelde me onlangs dat ze een huis gaat erven. Ik feliciteerde haar hartelijk met dit heuglijke feit, maar ze temperde mijn enthousiasme enigszins door haar toekomstige aanwinst wat nader te beschrijven. Het huisje staat op het erf van haar opa en oma en is al zeventig jaar onbewoond. Laatst was ze er op bezoek en nam wat foto's (met de mobiel, dus de kwaliteit is niet overweldigend) en ja, een fotogeniek pandje is het wel. Toch denkt ze er serieus over na om van de erfenis af te zien. Oordeel zelf maar aan de hand van de foto's. Het interieur van het huis is vergelijkbaar met de staat van het kippenhok. Maar nu half Nederland hier een pension lijkt te willen beginnen, kan ik misschien een Nederlandse koper voor haar regelen, bedenk ik nu. Had ik dat eerste misschien niet moeten vertellen. Nou ja, de prijs zal in ieder geval gegarandeerd laag zijn!





Tuesday, March 28, 2006

 

De wonderstofzuiger

Laatst werd ik gebeld door een vage kennis die dringend hulp nodig had. Het ging om een stofzuiger. Of eigenlijk mocht ze dat niet zeggen, het ging om het Rainbowsysteem. Er was een mannetje bij haar langs geweest om het supersonische apparaat, dat ze vooraf absoluut niet had willen kopen, te demonstreren. Toen ze zag hoeveel stof meneer T. uit het matras van haar zoontje wist te halen, was ze toch overstag gegaan. 2750 euro was dan wel veel geld, maar gezondheid gaat voor alles. En nu kon ze er voor 250 euro aan extraatjes bij krijgen als ze meneer T. doorstuurde naar iemand anders. Ik was niks verplicht en zou er bovendien een gratis messenset voor krijgen. En omdat ik a) geen nee kon zeggen en b) onze messen al aardig bot zijn, dacht ik: toe maar dan. Ik schaamde me wel enigszins toen ik Michal moest opbiechten wie ik nou weer had uitgenodigd, maar hij moest er hard om lachen en zei dat hij zich al tijden irriteerde aan onze botte messen. Op de dag van de demonstratie sprak hij toevallig Robert, die ooit ook als Rainbow-vertegenwoordiger bleek te hebben gewerkt. Robert raadde ons aan om onze armen grondig te soppen.

Dat bleek een goede tip. Na wat inleidende bla bla wreef meneer T. met een zwart doekje over mijn arm om aan te tonen wat daar allemaal voor vuil op zat. Zijn teleurstelling over het nauwelijks vieze doekje was van zijn gezicht af te lezen. Hij herstelde zich echter snel en vertelde dramatisch over het nadeel van klassieke stofzuigers, de vreselijke beestjes die er dankzij ons onhygiënische gestofzuig in onze woning huizen en hoe onfris de lucht hier binnen is doordat we hem niet reinigen met Rainbow. Wat doen we onze kinderen in 's hemelsnaam aan, hadden we ons uiteraard af moeten vragen, maar wij zijn waarschijnlijk niet zulke heel erg goede ouders. Ondertussen hield meneer T. stug vol dat hij ons niks op wilde dringen, hoewel niet direct kopen toch wel erg onvoordelig zou zijn. Zijn gehersenspoel is blijkbaar succesvol, want 80% van zijn klanten koopt. Meestal op afbetaling, want 2750 euro is voor Tsjechen gewoon vreselijk veel geld.

Hoewel de presentatie maar een uur zou duren, ruimde onze praatgrage gast pas na half elf het veld: „Ja, het is ook weer eens wat anders dan een avondje televisie kijken. De meeste mensen vinden het erg gezellig.“ Nou, wij kennen wel betere manieren om de avond door te brengen. Toen we het rijk weer alleen hadden, hebben we nog even op internet gecheckt wat men zoal van het Rainbowsysteem vindt. Behalve een waslijst aan nadelen vonden we ook ontelbare advertenties van mensen die per direct van hun weinig gebruikte exemplaar af wilden. Tsja, dat kom je allemaal niet te weten als je hem meteen koopt. Arme slachtoffers. Waar zij om verlegen zaten was niet een revolutionair schoonmaaksysteem, maar een cursus assertiviteit. En ik? Ik ga vandaag flink veel groente snijden met mijn gloednieuwe messen. De gezondheid van mijn kinderen gaat tenslotte voor alles, net als meneer T. ook al zei.

Thursday, March 23, 2006

 

De klusjesman


Alexander Hlušek, een energiek mannetje van een jaar of 65, is de klusjesman van ons flatgebouw. Alles wat er in en om de flat gebeurt houdt hij nauwlettend in de gaten en voorziet de gebeurtenissen op zijn eigen directe wijze van commentaar. Ikzelf kan nauwelijks een stap buiten de deur doen of ik kom hem tegen en heb het hart niet om zijn uitnodigingen voor een kop koffie in de klusjeskelder af te slaan. Tot grote vreugde van mijn zoontjes, want opa Hlušek heeft niet alleen allerlei apart speelgoed en interessante technische snufjes, maar ook een grote pot vol snoep.

Ook als ik in de zomer met de kinderen bij de zandbak zit, komt hij altijd wel even een praatje maken. Iedere buur die voorbij loopt wordt dan uitgebreid besproken, want Hlušek kent alle ins en outs. Van de Oekraïense, die braadworst verkoopt op het Wenceslasplein en haar dochter in de Oekraïne vreselijk mist. En van het jonge stel dat een kind uit een tehuis in pleegzorg nam, maar het bij nader inzien toch te lastig vond en nu een hond heeft.

Of van buurman Illetško, die Hlušek altijd de reservesleutels van zijn appartement geeft als hij op vakantie gaat, voor het geval er brand uitbreekt of er een andere ramp gebeurt. Afgelopen zomer kwam hij Hlušek hartelijk bedanken en gaf hem een compliment: „Fijn dat u zo'n betrouwbaar man bent. Ik had vloeipapier onder de mat gelegd en ik kan zien dat u onze flat niet in bent geweest.“ „Nou buurman, steek die sleutels de volgende keer maar in uw ….,“ was Hlušek's grove doch oprechte reactie.

Het voorval waar hij me deze week over vertelde was ook bijzonder. Op een avond stapte hij de lift in met een hem onbekende vrouw. Nieuwsgierig als altijd sprak hij haar aan: „U heb ik hier nog niet eerder gezien, mevrouw.“ Wie schetste zijn verbazing toen de lieftallige dame hem met een basstem antwoordde: „Maar meneer Hlušek, we hebben vanmorgen nog samen een radio gerepareerd in de werkplaats!“ Het was de buurman van vijf hoog, die zijn geld verdient met optredens in een travestieshow in de stad. Ja, in en rond onze flat gebeurt werkelijk van alles.

Monday, March 20, 2006

 

Ostalgie & opa's

Ostalgie, de heimwee van veel Oost-Duitsers naar de voormalige DDR, vind ik een prachtig woord. Een term die ook de gevoelens van veel Tsjechen beschrijft. Bijna iedereen denkt weleens met weemoed terug aan de periode van voor de revolutie, toen iedereen nog werk had, levensmiddelen nog goedkoop waren, gezondheidszorg en onderwijs gratis en je nog veilig over straat kon lopen. Vooral veel ouderen, die nu van een mager pensioentje rond moeten komen, stemmen daarom op de communistische partij.

Het is altijd boeiend om de twee opa's van mijn man gade te slaan. Ze kunnen het uitstekend vinden samen, ondanks hun compleet verschillende gevoelens over de post-communistische samenleving. Opa Charvát, protestant en een trouwe kerkganger, is onmetelijk opgelucht dat de onvrijheid van toen eindelijk verleden tijd is. Hij geniet met volle teugen van de open grenzen en neemt op zijn tachtigste nog steeds deel aan niet al te comfortabele busreizen door heel Europa. Wat maakt het uit dat je twee dagen en nachten in een bus moet zitten om in Portugal te komen, ik ga toch niet thuis zitten nu ik eindelijk het land uit mag, luidt zijn devies. Opa Fikejs daarentegen is een trouwe communist, die als partijlid vroeger aanzienlijke voordelen genoot. Hoewel zijn pensioen relatief hoog is, kan hij maar niet wennen aan de stijgende prijzen en de andere verderfelijkheden die de kapitalistische samenleving met zich mee heeft gebracht. Reizen deed hij vroeger, naar de USSR, nu al jaren niet meer.

Laat ik het maar gewoon toegeven, zelf heb ik ook mijn ostalgische buien. Niet dat ik sympathiseer met het communisme, maar mijn eerste jaren in Tsjechië hadden zijn onmiskenbare charme. Het nog eenvoudige leven, de groentekraampjes met alleen een paar beurse appels, wat wortels en een kool, de oude trolleybussen, de (in mijn ogen) bespottelijk lage prijzen, het gebrek aan uiterlijk vertoon. De tijden zijn inmiddels veranderd: alles is te koop, er is veel gemoderniseerd, steden en grote wegen worden vervuild door billboards en anderssoortige reclame-uitingen; luxe auto's, merkkleding en andere statussymbolen zijn sterk in opmars. Vandaar mijn reis naar Roemenië van vijf jaar geleden, op zoek naar wat in Tsjechië al niet meer is, en mijn wens om ooit nog eens naar Albanië te gaan. Voor dat heerlijke terug in de tijd gevoel. Maar natuurlijk geef ik opa Charvát groot gelijk, vrijheid is ondanks alles het hoogste goed. Opa Fikejs valt tegelijkertijd weinig te verwijten. Toen we gisteren bij hem in het ziekenhuis waren, deed het pijn om te zien hoe hij langzaam wegkwijnt. Een communist, maar zo'n goedhartig mens. Niets is ooit zwart-wit.

Sunday, March 12, 2006

 

Vandalen op het kerkhof


Het houten kerkje van Velké Karlovice aan de Slowaakse grens staat op de Unesco-lijst van beschermde cultuurmonumenten. Twee kleine jongetjes, Tim uit Praag en Martin uit
Brno, hadden daar weinig boodschap aan. Martin was druk bezig met een iglo bij de ingang van het katholieke gasthuis waar we verbleven, Tim was nergens te bekennen. „Die is de graven aan het bekijken,“ wist Martin te vertellen. Dat klonk onheil- spellend, en inderdaad. Ik had nog maar een paar stappen richting kerk gedaan of zag Tim al aankomen met een grote graflantaarn in zijn hand. „Kijk, gevonden!“

Op welk graf bleek moeilijk te achterhalen, ze leken allemaal op elkaar. Voor de kerk stond een groepje mensen te praten en ik begon te vrezen dat de vandalen uit Praag weleens een volgend gespreksonderwerp konden worden. Omdat het beroofde graf nergens te vinden was, zat er niets anders op dan op de kerkhofbezoekers af te stappen. Ik legde voorzichtig uit wat het jeugdige vandaaltje had uitgespookt en tot mijn grote opluchting kon men er hartelijk om lachen. Een vrouwtje van een jaar of zeventig, net als alle andere omaatjes in deze regionen met een sjaaltje om haar hoofd geknoopt, riep uit: „Die lijkt wel van ons!“ Een bezoekje aan het graf van haar moeder gaf uitsluitsel. Terwijl ze de lantaarn op zijn plaats terug zette, zei ze met een knipoog: „Morgen is het haar sterfdag, dan steek ik het kaarsje weer aan.“ Eind goed, al goed. We hebben er maar niet bij verteld dat Martin serieuze plannen had om een graf open te graven als zijn iglo klaar was. Want: „Ik wil zo graag eens een echt skelet zien, tante Lisa.“

Saturday, March 04, 2006

 

Hypochondrie


De Tsjechen zijn geen al te gehard volkje. Wat hun gezondheid aangaat althans. Kachels worden zelfs in slaapkamers hoog opgestookt en bij de minste of geringste tocht vreest men direct het allerergste. Tot ver in het voorjaar zie je kleine kinderen nog met een muts op lopen. Als mensen ziek zijn, hoor je steevast: “Ik ben zwaar aan de antibiotica.” In het begin raakte ik daar nog van onder de indruk, maar inmiddels weet ik beter. Antibiotica worden nog net niet voorgeschreven voor een simpele verkoudheid, maar verder bijna voor alles. Het woord hypochonder, dat ik uit Nederland nauwelijks kende, flitst hier dan ook regelmatig door mijn hoofd.

Artsen zelf werken daar hard aan mee. De gezondheidszorg is nog steeds vrijwel gratis, waardoor het nog geen noodzaak lijkt om economisch bezig te zijn. Dat bleek ook toen Alexander met zeven weken een flinke bronchitis te pakken had. Toen de kinderarts ons bleke ventje zag, stuurde ze ons meteen door naar het ziekenhuis, waar we maar liefst acht dagen mochten vertoeven. Het personeel was er overbezorgd, maar wel erg aardig, de staat van de kinderafdeling al wat minder en over het eten zal ik, normaalgesproken een alleseter, maar liever zwijgen.

Ik ben geen expert op medisch gebied, maar begreep uit Nederlandse reacties wel dat sommige behandelmethoden wat overdreven waren. De constante zuurstoftoevoer die de kleine kinderen kregen bijvoorbeeld. Dag en nacht lagen we in een herrie als van een hard doorlopende wc en o wee als we de toevoer afsloten om eens een moment rust te hebben. Ook het snot afzuigen voorafgaand aan iedere borstvoeding was naar verluidt niet echt nodig geweest. Alexander is dit ritueel zelf gelukkig snel vergeten, maar schreeuwde destijds moord en brand. Twee van die slangen in je neus is natuurlijk geen pretje.

Daar kan ik over meepraten, want ik had zelf een bijholteontsteking die maar niet over wilde gaan. “Ga maar even naar de KNO-afdeling,” zei de kinderarts tegen me. Daar wachtte me een behandeling die volgens de arts van levensbelang was, maar in Nederland nauwelijks meer wordt toegepast. Ik kreeg een glazen buis met daaraan een slang in mijn neus geduwd, waarna het zuigmechanisme met volle kracht in werking werd gezet om het slijm uit mijn holtes te zuigen. “Ja sorry, het voelt alsof we uw hersenen uit uw hoofd willen trekken, hè?” zei de arts. Toen ik laatst weer bijholteontsteking kreeg ben ik voor de zekerheid maar helemaal niet naar de dokter gegaan en ziehier, ik leef nog.

Ook de kwaaltjes van de kinderen die gedurende ons verblijf de kamer met ons deelden, waren in Nederland zeker geen reden tot ziekenhuisopname geweest. De acht dagen van Alexander hoogstwaarschijnlijk ook niet. Maar goed, ik ben weer een interessante ervaring rijker. En weet één ding: het wordt tijd dat de gezondheidszorg eens onder de loep wordt genomen in Tsjechië. Minder zinloze medicijnen en ziekenhuisopnames, meer gezond verstand. Dat zal vanzelf wel komen als voor doktersconsulten wat in rekening gaat worden gebracht, denk ik. Schoktherapie voor die vele verstokte hypochonders.

This page is powered by Blogger. Isn't yours?