Thursday, January 05, 2006

 

Onder één dak

Aan de rand van het dorpje Česká, even buiten Brno, stond de oranje blokkendoos van de familie Tesař. Begin jaren tachtig hadden ze het het huis met het hele gezin eigenhandig gebouwd. Dat had veel bloed, zweet en bij de kinderen vooral tranen gekost. Andere kinderen gingen met pa en ma in het bos wandelen, zij moesten altijd helpen met metselen en timmeren. Toen ik er voor een tijdje in een kamertje in het souterrain kwam wonen, was de blokkendoos al jaren af. Pa en ma Tesař woonden op de eerste verdieping, dochter Lenka en schoonzoon Honza met hun twee dochtertjes op de tweede. En zoon Petr was blij dat hij eindelijk rust had in de flat waar ze ooit met het hele gezin in Brno hadden gewoond.

Al vrij snel werd duidelijk ze mij de woonruimte niet alleen uit behulpzaamheid hadden aangeboden, maar vooral vanuit een dringende behoefte aan een luisterend oor. Als ik thuis kwam, kwam mevrouw Tesařová me altijd even blij vertellen dat ze de verwarming in mijn kamer lekker had opgestookt (tot de ondraaglijke hitte van zo'n 27ºC). En passant deed ze dan verslag van haar werk in de kantine waar ik weleens kwam eten. Of vertelde me over strubbelingen met dochterlief over de opvoeding van de kleinkinderen.

Dochter Lenka kwam ik tegen als ze de was ophing in de wasruimte in het souterrain. “Mijn moeder is een best mens, hoor,” vertrouwde ze me toe, “maar die verzamelwoede van haar, daar word ik soms helemaal gek van. Kom maar eens mee.” Achter het gordijn in het rommelhok bevond zich een enorme stellage met tientallen paren damesschoenen. “Dit zijn alle schoenen die ze haar hele leven heeft gedragen. En kom ook eens boven kijken. Bij mij op de gang staat het verzamelde werk van Jirásek dat ze ooit kocht, maar waar ze zelf geen plaats meer voor had. Niet dat ze er ook maar één boek van gelezen heeft.”

Schoonzoon Honza kwam regelmatig naar beneden om een sigaretje op te steken. “Ik ben het zwarte schaap van de familie. De enige die rookt.” En daarop volgde in sappig dialect het relaas van zijn ontslag bij de supermarkt en zijn nieuwe werk als beveiligingsbeambte. “Ja, niet echt een superbaan, hè? Ben benieuwd wat mijn schoonouders ervan zullen vinden.”

Pa Tesař had een goede baan bij de Tsjechische Rijkswaterstaat, waar hij graag over vertelde, en een geweldige hobby. Op een avond werd ik boven uitgenodigd, waar ik niet alleen overladen werd met eten en drinken, maar ook de zeer uitgebreide collectie reisfolders van de heer des huizes mocht bewonderen. Ik snapte meteen waarom ze op hun eigen verdieping geen plaats meer hadden voor de boeken van Jirásek. Aardige, doodgewone mensen waren het, die er samen het beste van probeerden te maken, maar waar de onderlinge spanningen toch duidelijk voelbaar waren.

Drie generaties onder één dak is nog altijd een heel gebruikelijke situatie in Tsjechië. Jonge gezinnen hebben vaak het geld niet om eigen woonruimte te kopen of huren. Oudere gezinnen sturen hun ouders liever niet naar een bejaardenhuis. Zelfs de appartementen in ons flatgebouw waren destijds berekend op deze samenlevingsvorm. Van de 80 m2 woonoppervlak was één lange smalle kamer met eigen wasbak en wc voor de grootouders bedoeld. Alleen de familie Kudláček op de begane grond woont samen met opa en oma. Dat zijn altijd nors kijkende mensen, de enigen die nooit iemand groeten in de flat. Met zijn zessen in zo'n klein flatje, dat valt vast niet mee.

(Op de foto: het type huis dat de familie Tesař bewoonde)

Comments:
Alle ingredieënten voor een soap, wanneer komt het volgende deel?
 
This comment has been removed by a blog administrator.
 
Post a Comment

<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?