Saturday, December 17, 2005

 

De gokkastenkoning


Begin jaren negentig zag je hier veel goudzoekers. Dat waren vaak mensen die in eigen land niet erg succesvol waren geweest en dachten in Tsjechië nu eindelijk het grote geld binnen te gaan halen. Onder de Nederlanders waren opvallend veel handelaren in speelautomaten. In de Lage Landen werd hun het leven zuur gemaakt door ambtenaren die allerlei pietluttige regeltjes en beperkingen wisten te verzinnen. In Tsjechië kon alles nog en waren gokkasten bovendien een gat in de markt. Dankzij mijn werk voor een internationale bank in Praag kreeg ik de kans een aantal van deze gokbazen wat beter te leren kennen.

Als Maurice V. belde voor een afspraak, wist je bij voorbaat dat er veel koffie klaar moest staan en je verder weinig anders hoefde te doen dan luisteren. Hij foeterde op alles wat los en vast zat. De Tsjechen waren corrupt, lui, onbetrouwbaar en hun Engels in één woord rampzalig. Bovendien waren ze zo irritant om steeds meer regels te bedenken om de gokkastenbusiness aan banden te leggen. Het leken verdorie wel Nederlanders. Voor een eerlijke zakenman als hij was het gewoon geen doen meer. Ik was er niet bij toen hij na zijn faillissement terugging naar Nederland, maar ik zie het helemaal voor me. Een rood aanlopende Maurice die tot het laatste moment aan toe scheldend en tierend het Tsjechische land voorgoed achter zich laat.

Bij het legertje klagende Hollanders dat dagelijks ons kantoor bestormde, was er één die nogal uit de toon viel en voor iedereen de onbetwiste gokkastenkoning was. Jan K., een goedlachse halve Tsjech die zijn zaakjes goed voor elkaar had en altijd met de meest ongelofelijke verhalen op de proppen kwam. Over hoe hij een mannetje dat niet wilde betalen op zijn kantoor verordend had en toen door een andere deur twee grimmig uiziende Joegoslaven binnen had laten komen. Die hoefden niet lang met hun pistolen te jongleren voor de schuldenaar het geld met een zucht op tafel legde. Soms leerde je ook wijze lessen van hem – bijvoorbeeld dat als je je mobiel in een glas bier laat vallen, je hem beter niet in de magnetron kunt drogen, omdat hij dan ontploft en de ravage niet te overzien is. Of dat als je je Tsjechische buren écht wilt imponeren, je een vrachtwagen uit Nederland moet laten aanrukken met een paar mannetjes die in één dag tijd je braakliggende tuin voozien van een prachtig gazon met computergestuurd irrigatiesysteem. Wel een beetje duur, maar die stomverbaasde blikken van de buren waren goud waard, zei hij. Behalve zijn automaten had Jan ook nog een paar vage off-shore bedrijfjes. En hoewel je wel wist dat het niet erg kosher was wat hij allemaal deed, maakte zijn aanstekelijke humor het altijd leuk hem te ontmoeten. Daar kon de doorsnee arrogante Nederlandse zakenman nog wat van leren.

Comments: Post a Comment

<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?